Tegen 2017 wil de stad de belastingen met 0,1% laten zakken tot 7,9%. In tegenstelling tot verschillende omliggende gemeenten wordt er niet geraakt aan de onroerende voorheffing. De belasting op de drijfkracht werd al afgeschaft vanaf 2013 voor meer dan 400 ondernemingen en zelfstandigen, en zal volledig verdwijnen tegen 2017. Alleen de belasting op tweede verblijven wordt verhoogd en er wordt een toeristentaks ingevoerd.

Voor bepaalde individuele dienstverleningen zal er voortaan een hoger tarief gevraagd worden. Een aantal retributies wordt op het niveau van vergelijkbare steden gebracht. Dit is voornamelijk een inhaalbeweging, omdat er gedurende jaren geen tariefaanpassingen of indexaties werden doorgevoerd en onze stad altijd zeer lage kosten aanrekende voor dienstverlening.

 

Een aantal andere maatregelen wordt uitgewerkt om de budgettaire krapte op te vangen. Zo worden de personeelskosten gedurende de ganse legislatuur bevroren. Om de stijging van onder andere de pensioenlast op te vangen, betekent dit dat er tegen 2019 ongeveer 20 personeelsleden minder zullen werken bij de stad en het OCMW. Dit kan gebeuren via natuurlijke afvloeiingen. Bovendien daalt de totale werkingskost met 11%.